We zouden graag willen weten welk klimaat we in ons land en op andere plaatsen in de wereld in de toekomst kunnen verwachten.
Voor de temperatuur gemiddeld over de hele aarde zijn voorspellingen voor de 21e eeuw redelijk goed te maken.
Zonder klimaatbeleidsmaatregelen verwacht het IPCC voor de komende eeuw:
Een stijging van de wereldgemiddelde temperatuur met 1,1 tot 6,4 graden in honderd jaar is waarschijnlijk de afgelopen tienduizend jaar niet eerder voorgekomen.
De rekenmodellen van de atmosfeer zijn echter nog niet goed in staat om regionale klimaatvoorspellingen te doen, dus we kunnen daarover weinig met zekerheid zeggen. Een mogelijk scenario voor Nederland rond 2050 voor de rest van de 21e eeuw schetst het KNMI in haar KNMI’06 klimaatscenario’s:
Aangezien de warmte in de recente jaren deels door toevallige oorzaken bepaald lijkt te zijn, zou een terugval naar gemiddelde waardes de temperatuurstijging de eerste tien jaar kunnen compenseren.
Over het klimaat (ruim) na de 21e eeuw kunnen we alleen maar speculeren. Volgens de scenario's van het IPCC zullen de effecten van verhoogde broeikasgasconcentraties nog lang merkbaar zijn. Zo zal de zeespiegelstijging in ieder geval honderden jaren doorgaan. Daarna, volgens sommigen pas over veertigduizend jaar, komt er misschien wel weer een ijstijd, maar dat is zelfs voor de generaties na ons nog erg ver weg.
Zijn de voorspellingen betrouwbaar?
De marges in de voorspellingen worden voor een deel veroorzaakt door onzekerheid over uitstoot en veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer. Die komen weer voort uit onzekerheid over bevolkingstoename, economische groei en technologische ontwikkelingen.Een andere onzekerheid is te wijten aan verschillen in modelberekeningen ten gevolge van de beperkte kennis van het klimaatsysteem.
Klimaatprognoses worden gemaakt aan de hand van rekenmodellen, van onder andere atmosfeer, oceaan, ijsbedekking en vegetatie. Deze modellen zijn redelijk goed in staat het huidige klimaat na te bootsen. In grote lijnen stemmen de voorspellingen van ingewikkelde modellen overeen met wat onderzoekers verwachten op grond van eenvoudiger theoretische overwegingen. Dat neemt niet weg dat er ook bij een voorgeschreven samenstelling van de atmosfeer onzekerheden zijn.
Een aanwijzing voor de grootte van die onzekerheden krijgen we als we de uitkomsten van verschillende modellen onderling vergelijken. Dat geeft inzicht in de betrouwbaarheid van de voorspellingen, maar ook in de zwakke punten. Zo is het bekend dat de de verandering van de hoeveelheid neerslag moeilijk te voorspellen is, dat invloed van wolken beter moet worden beschreven, en dat de invloed van de oceaan beter in kaart moet worden gebracht. Ook verwacht men op grond van dit soort vergelijkingen dat met grotere computers betere regionale voorspellingen mogelijk zijn.

Over de voorspelbaarheid van het klimaat is het laatste woord nog niet gesproken. Zo is de kleine kans op een abrupte klimaatverandering niet verwerkt in de IPCC prognoses, simpelweg omdat daarover nog onvoldoende bekend is. Zekerheid bieden de modellen dus niet, maar ze zijn eenvoudig het beste waarover we beschikken en dus van grote betekenis voor onze pogingen ons aan te passen aan klimaatverandering (adaptatie).
Bron: KNMI
Auteur: Natalie Theeuwes
1 juni 2009